![]() |
Belgisch eisenplatform 2000 |
| Eisen tegen geweld en armoede - nationaal en internationaal, zoals ze geformuleerd werden bij de eerste wereldvrouwenmars in 2000. | |
|
Wereldvrouwenmars -
Marche Mondiale des Femmes WVM - MMF GSM (**32) - (0)473-89.61.89 e-mail: wereldvrouwenmars@amazone.be website www.wereldvrouwenmars.be |
Onze eisen gaan over het creëren van middelen om de armoede uit te schakelen en geweldpleging tegen vrouwen af te remmen. We vonden het relevant om in de voorstellen voor de bestrijding van armoede van vrouwen een onderscheid te maken tussen de strijd tegen armoede in eigen land en tegen armoede in de wereld, die onze regering in het kader van ontwikkelingssamenwerking moet steunen. Wij erkennen dat alle armoede, zowel in het noorden als in het zuiden, in het westen als in het oosten, resulteert uit eenzelfde economisch systeem dat op wereldschaal ongelijkheid in de hand werkt. De rijkdom in het noorden werd na sociale strijd in zekere mate herverdeeld; de arbeiders en arbeidsters uit het zuiden hebben hier geen of weinig recht op. Wij kunnen niet strijden in de plaats van de vrouwen van het zuiden opdat hun regeringen toegevingen zouden doen. Wij kunnen wel solidair zijn en van onze overheid eisen dat die op bepaalde terreinen tussenkomt, zoals de heffing van belastingen op de internationale geldstroom ten voordele van vrouwenbewegingen, de afschaffing van derdewereldschulden en de opheffing van structurele aanpassingsprogramma's, of de erkenning, op internationaal vlak, van het belang van voedselsoevereiniteit.
Wat geweldpleging betreft, zijn onze eisen vooral gericht naar onze overheden en geven in het kader van de Belgische wetgeving vaste vorm aan de eisen van het internationale platform . Met onze eisen en vaststellingen willen we belichten waar vrouwen overal ter wereld mee te kampen hebben om de uitgebreide reproductietaken uit te voeren die zij over het algemeen op zich nemen en autonomie te verwerven. Op het vlak van de productie of de voedselbereiding, de opvoeding en de mentale en fysieke gezondheid van de gezinsleden, heeft de strenge bezuinigingspolitiek, die overal ter wereld wordt gevoerd, de vrouwen verhinderd om deze nochtans vitale taken uit te voeren. Dit heeft ook de gelijke deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt en aan de politieke macht bemoeilijkt. Onze eisen vertegenwoordigen dus een wereldvraag naar de Belgische en internationale overheden om een punt te zetten achter de liberale politiek die in de sociale uitgaven snoeit (die reproductietaken zouden kunnen verlichten en vergemakkelijken) en om de zorg voor de herverdeling van de rijkdommen (tussen de bevolkingsgroepen) enerzijds en de gelijkheid en de verdeling van de taken (tussen de seksen) anderzijds, zowel in het discours als in de praktijk in te voeren. 1. EISEN IN DE STRIJD TEGEN DE ARMOEDE OP NATIONAAL VLAK 1.1. De strenge Belgische bezuinigingspolitiek en haar effecten op vrouwenOnze maatschappij is erg ongelijk. Velen beschouwen de plaats, de rechten en de inkomsten van de vrouw nog altijd als bijkomstig. Vrouwen zijn bovendien in de meerderheid als het gaat om lage of ontoereikende inkomens. De besparingen die de regeringen de laatste jaren opgelegd hebben, holden de rechten van de vrouwelijke burgers nog meer uit. In naam van de gezondmaking van de openbare financiën hebben de regeringen meer doeltreffende uitsluitingsmechanismen ten aanzien van vrouwen ingevoerd en nog maar eens enkele van hun rechten gereduceerd (art. 80, deeltijdarbeid enz.).Vrouwen moeten opdraaien voor de patriarchale maatschappij en in crisistijd hebben de gezagsdragers op onrechtvaardige wijze de inspanningen op de vrouwen afgewenteld. Ze zijn het slachtoffer van financiële en andere maatregelen die hen verhinderen een autonoom menselijk wezen te zijn dat de macht (kracht) heeft om van een eigen inkomen te leven. 1.2. Relatieve armoede en ongelijkheid tussen de seksen op het werkHet is dit beleid van ongelijkheid zelf dat verantwoordelijk is voor de precaire situatie van een groot aantal vrouwen. Wanneer ze niet ronduit uitgesloten zijn van de arbeidsmarkt, genieten de vrouwen van het privilegie teruggedrongen te worden in bepaalde sectoren van de economie waar slechte statuten, deeltijdarbeid en onzekere arbeidsvoorwaarden heersen: telewerk, uitzendarbeid, Call Centers.In het domein van de sociale zekerheid vertaalt het samenwonersstatuut de discriminerende effecten van een patriarchaal beleid ten aanzien van vrouwen. Een ander bewijs van de diepgaande ongelijkheid is de terugkerende ondervertegenwoordiging van vrouwen in de besluitvorming, zowel op economisch, sociaal als politiek gebied... . 1.3. Hoogdringendheid van maatregelen in de strijd tegen de armoede van vrouwenOm de armoede uit te roeien, evenals de mechanismen die vrouwen in een precaire toestand doen belanden, moeten we strijden tegen de verschillende maatregelen die de vrouwen een deel van hun inkomsten afnemen (deeltijdwerk), van hun socialezekerheidsrechten (samenwonersstatuut, pensioenen...) of die hen verhinderen zich ten volle in te zetten op sociaal en professioneel gebied (sluiting van collectieve diensten, afschaffing van de buitenschoolse kinderopvang...). Maar ook radicale culturele wijzigingen zijn onontbeerlijk opdat vrouwen zouden kunnen genieten, net zoveel als mannen, van dezelfde levensvoorwaarden, dezelfde rechten en dezelfde inkomsten. Want de huidige wetgeving is de vrucht van een sociaal-culturele bepaling van de rol en de plaats van de vrouw in de maatschappij (d.i. gender). Elk beleid moet dringend geanalyseerd worden, rekening houdend met de genderindicator.Een echte verandering kan er maar komen via het engagement van mannen en vrouwen in alle levenssferen, in alle sectoren van de maatschappij. We zijn van oordeel dat vrouwen die begaan zijn met het lot van hun soortgenoten er eveneens belang bij hebben om door te dringen tot de besluitvorming, want in de huidige omstandigheden kunnen enkel de openbare instanties mogelijk een collectieve verbetering in de positie van vrouwen bewerkstelligen. Privé-instanties kunnen enkel individuele verbeteringen in het vrouwenstatuut tot stand brengen (bv. door goede carrièrekansen). Om te strijden tegen de armoede die vrouwen treft, moet een echte paritaire maatschappij opgebouwd worden, opdat vrouwen zouden kunnen deelnemen, zoveel als mannen, aan de macht op alle niveaus en aan alle activiteiten op sociaal, economisch, cultureel en politiek gebied. De paritaire democratie is een conditio sine qua non voor de gelijkheid van de seksen. Een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de besluitvorming zal het mogelijk maken dat de belangen van beide geslachten beter overwogen worden. De strijd tegen de vrouwenarmoede passeert dus via de constructie van een paritaire democratie, die de verdienste zal hebben alle bestaande bronnen en deskundigheid te gebruiken, nieuwe ideeën te lanceren en verschillende waarden en gedragingen te ondersteunen in de richting van een meer rechtvaardige en evenwichtige wereld, zowel voor vrouwen als voor mannen. Dit maakt het noodzakelijk om de uitgesloten vrouwen te horen, want zij zijn toch de eerst betrokkenen. Wij zullen stappen tegen de armoede in België om rechten te garanderen voor alle vrouwena) Individuele rechten inzake sociale zekerheid A 1. Om de sociale bescherming van het geheel van de bevolking te verstevigen en om aan de reële behoeften te beantwoorden, is het onontbeerlijk om individuele rechten in de sociale zekerheid te bekomen. Dit individualiseringsproces moet natuurlijk solidair en stapsgewijs gebeuren, zonder nieuwe precaire toestanden uit te lokken en in respect en solidariteit met vrouwen die geen kansen kregen om eigen rechten op te bouwen.Een eerste belangrijke stap is de afschaffing van het samenwonersstatuut ten voordele van veralgemeende individuele rechten voor iedereen. Dit concretiseert het gelijkheidsprincipe onder de mensen, ongeacht hun geslacht, hun burgerlijke stand of hun beroep. b) Individuele sociale en burgerlijke rechten A 2. De migrantenvrouwen moeten genieten van individuele sociale, burgerlijke en politieke rechten: verblijfsrecht, arbeidsvergunning, sociale rechten, stemrecht...A 3 De verstoting, toegepast in bepaalde islamitische landen, is een onduldbare vorm van scheiding in ons land. Wij vragen de gezagsdragers om de toepassing te weigeren van discriminerende wetten, akkoorden en conventies tegenover vrouwen en de akte van ontbinding van het huwelijk door verstoting in België te weigeren. Wij zullen stappen tegen de armoede in België om inkomsten te garanderen aan alle vrouwen, hun hele leven lang, ongeacht hun familiale of professionele toestanda) Het recht op arbeid A 4 Wij vragen aan onze besluitvormers bijzondere aandacht voor de laaggeschoolde vrouwen, opdat zij binnen hun prioriteiten zouden vallen."In de strijd tegen de armoede is de socio-professionele inschakeling een primordiale factor. De onderdrukking van de armoede is sterk gebonden aan een betaalde job en aan autonomie zijn. De factor arbeid is de sleutel tot zelfrespect, tot respect, tot een inkomen en een betere huisvesting, tot gezinseenheid en studiemogelijkheden" . A 5 Wij streven naar de ontwikkeling van kwalitatieve jobs die een inkomen en een statuut opleveren die het mogelijk maken waardig te leven. A 6 De gelijkheid man-vrouw in de toegang tot arbeid moet gegarandeerd zijn. A 7 De versoepeling van de toegang tot de arbeidsmarkt voor herintreedsters moet worden gepromoot door hen op te nemen in programma's met betrekking tot geleidelijke opheffing van de werkloosheid. b) Het recht op een gelijk en correct statuut voor beide seksen A 8 Gelijk loon voor gelijk werk moet voor beide seksen verzekerd zijn. Dit brengt mee dat de functieclassificatie moet worden herzien en toegepast, rekening houdend met andere evaluatiecriteria dan de huidige.A 9 De verbetering van het statuut van werkneemsters en werknemers noodzaakt eveneens een betekenisvolle herwaardering van het minimumloon. A 10 Wij eisen eveneens een betekenisvolle herwaardering van het gewaarborgd inkomen van bejaarden. Daar vrouwen ouder worden dan mannen worden ze vaker geconfronteerd met verhoogde zorgkosten. Hierdoor komen zij in een zeer zwakke inkomenspositie terecht. Vooral zeer oude en alleenstaande vrouwen vormen een kwetsbare groep. Vrouwen die nooit buitenshuis hebben gewerkt, of maar een beperkte loopbaan hadden met meestal lage verdiensten, zijn bovendien niet pensioengerechtigd of aangewezen op slechts een klein pensioen. Zij doen een beroep op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, dat te laag is en aan te strenge voorwaarden gekoppeld is. Om te voorkomen dat oudere vrouwen in de armoede terechtkomen, eisen wij soepelere voorwaarden van het GIB, de welvaartsaanpassing van zowel het GIB als de pensioenen op geregelde tijdstippen en het beheersen van de prijzen voor RVT's (rust- en verzorgings- instellingen, naast de uitbouw van een zorgverzekering. A 11 De uitwerking van een wettelijk statuut voor de meewerkende echtgenote is eveneens dringend, om haar een inkomen en eigen sociale rechten te garanderen. Het statuut van meewerkende echtgenoten van zelfstandigen is in ons land de enige beroepscategorie die ondanks het verrichten van beroepsarbeid geen eigen sociale rechten opbouwen. In het geval van overlijden of echtscheiding geeft dit niet zelden problemen waardoor deze vrouwen in de armoede terechtkomen. c) De collectieve vermindering van de arbeidsduur Indien arbeid een van de essentiële steunpilaren blijft van de sociale integratie, moet die zich harmonieus in het leven van alledag kunnen integreren, zonder alle andere dimensies te verpletteren.Vandaag echter staan aan de ene kant vrouwen die overbelast zijn met werk, wat hen verhindert om goed te leven; en aan de andere kant werkloze vrouwen of vrouwen zonder inkomsten. Aan de fundamentele kwestie van recht op arbeid en een rechtvaardig inkomen voor iedereen, wordt dus de onontbeerlijke toegang tot een kwaliteitsvol leven voor iedereen toegevoegd. Wij denken dat de vermindering van de arbeidstijd hiertoe kan bijdragen. A 12 De verplichte en algemene arbeidsduurvermindering (bv. 32u) moet eindelijk eens doorgevoerd worden. Dit kan een grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen bewerkstelligen, maar moet vergezeld zijn van compenserende aanwerving en van behoud van loon. Onder de modellen is de krediettijd een formule van collectieve arbeidsduurvermindering die de gelijkheid tussen de seksen bevordert. Het gaat om een krediet van vijf jaar, verplicht op te nemen door iedereen en toegepast in gefragmenteerde periodes. Een vervangingsloon moet de werknemers en werkneemsters de mogelijkheid bieden hun levensniveau te handhaven. Het zou op 80.000 BEF bruto moeten worden geplafonneerd. De krediettijd moet een compenserende aanwerving en de vervanging van de actuele formules van loopbaanonderbreking en deeltijdarbeid mogelijk maken. A 13 Als tegenprestatie eisen wij de onderdrukking van de onvrijwillige deeltijdarbeid die opgelegd wordt in het kader van een ongecontroleerde flexibiliteit. Wij zullen stappen tegen de armoede in België om het recht op levensonderhoud voor gescheiden vrouwen te vrijwarenWij weigeren te aanvaarden dat 60% van de bestaansminimumtrekkers alleenstaande vrouwen met kinderen zijn, eenvoudigweg omdat hun recht op onderhoudsgeld niet gerespecteerd wordt. In plaats van hen van het OCMW te laten afhangen, wijzen we op de noodzaak om in de schoot van het ministerie van Justitie een fonds voor alimentatiekrediet te creëren. Dit fonds zou belast worden met het ontvangen en storten van alle alimentatiekredieten. Het zou privé-personen de procedurekost besparen in hun pogingen om te bekomen wat wettelijk het hunne is. Dit vraagt geen grote financiële investeringen. Het gaat erom de rechten te vrijwaren die een armoedesituatie voorkomen en om een mechanisme van automatische stortingen door te voeren, niet om hulp te verlenen wanneer de armoede al toegeslagen heeft.A 14 Wij eisen de creatie van een fonds voor alimentatiekrediet a) de gelijke verdeling van de taken tussen mannen en vrouwen verzekeren Om tot een zekere harmonie te komen tussen job, gezin en sociaal en om de gelijke taakverdeling te bevorderen, zijn rechten en inkomsten nodig, maar ook voldoende en betaalbare diensten, aangepast aan de gezinsbehoeften.A 15 Wij eisen dus diensten voor: - kinderopvang (kleine kinderen, buitenschoolse activiteiten, zieke kinderen); - familiale hulp; - opvang van ouderen; - opvang van gehandicapten. Die diensten moeten correct gesubsidieerd zijn en aan de werknemers/sters een statuut en een loon garanderen die overeenstemmen met de kwaliteit en de waarde van hun werk. b) de rijkdommen te herverdelen ten gunste van de sociale economie De toekomst van onze maatschappij vraagt dringend de ontwikkeling van een solidaire economie, die sociale verbanden, concrete solidariteit en gekwalificeerde jobs creëert.Indien deze ontwikkeling nieuwe financiële middelen vraagt, eist dit vooral een herverdeling van de rijkdommen uit financiële speculatie, opdat het niet meer alleen de inkomsten uit arbeid zijn die moeten bijdragen tot de financiering van het sociale beleid. A 16 Wij eisen dus dat de Belgische regering door de invoering van fiscale stimuli initiatieven op het vlak van de solidaire economie steunt en stimuleert, initiatieven die zouden kunnen gericht zijn op de verlichting van het reproductief werk, die grotendeels ten laste valt van vrouwen. EISEN IN DE STRIJD TEGEN DE ARMOEDE OP INTERNATIONAAL VLAK 2.1. De ongelijkheid tussen landen en regio'sDe armoede in de wereld groeit voortdurend aan. Meer dan 80 landen hebben een gemiddeld inkomen per inwoner dat lager ligt dan 10 jaar geleden. De kloof tussen rijke en arme landen wordt alsmaar breder. De verhouding van het inkomen per inwoner tussen het armste land (Sierra Leone) en het rijkste land (Canada) is vandaag 1 tot 55 . Wij zijn er ons echter van bewust dat verschil in inkomen per inwoner niet volstaat om de ongelijkheden tussen de landen te illustreren."De ongelijkheden in de wereld hebben betrekking op de toegang tot de natuurlijke bronnen van inkomsten (grond, water), de materiële bronnen (gereedschap, technologieën) en de financiële bronnen (kredieten, subsidies). Maar ze hebben ook te maken met de macht om te beslissen waartoe deze bronnen zullen worden aangewend en waarvoor de opbrengsten en de winsten van de economische activiteit zullen worden gebruikt. Die ongelijke verhoudingen vindt men op verschillende niveaus terug: tussen de verschillende streken in de wereld, tussen de landen onderling, tussen de stad en het platteland, tussen de mannelijke en vrouwelijke burgers van eenzelfde land" . 2.2. De ongelijkheid tussen de seksen is een wereldwijd verspreid fenomeenBij de ongelijkheid tussen de landen komt nog de ongelijkheid tussen de seksen. Over het algemeen krijgen meisjes moeilijker toegang tot het onderwijs en de toestand op de arbeidsmarkt is zeker niet rooskleuriger. Ze worden tewerkgesteld in de slechtst betaalde jobs en als ze er al in slagen een job van hetzelfde niveau te verwerven, dan is dat vaak aan een salaris dat lager ligt dan dat van hun mannelijke collega's. Bij een daling van de tewerkstelling zijn vrouwen de eerste slachtoffers. In bepaalde landen is het hen zelfs niet toegestaan om buitenshuis te werken. Men vindt vrouwen terug in de slechtst betaalde professionele sectoren, die hen traditioneel toegekend werden (opvoeding, onderwijs, gezondheidszorg, verpleging, enz)."Niet minder dan 70% van alle armen ter wereld, 1,3 miljard personen, zijn vrouwen. Ze worden harder en langer door de armoede getroffen dan mannen. Deze droevige gang van zaken is rechtstreeks verbonden met het minderwaardige statuut van de vrouw overal ter wereld" . Bovendien zijn vrouwen door de familiale lasten veel minder mobiel, waardoor het nog moeilijker wordt om betaald werk te vinden. Vrouwen creëren ook nieuwe bronnen van inkomsten om tewerkstelling en gezinsleven te combineren, bv. in de landbouw. In de landbouwsector zijn de eigendoms- en erfenisrechten echter meestal vrouwongunstig. Vrouwen hebben vaak niet het recht om op eigen naam gronden te bezitten, wat hen belet krediet te krijgen. Zelfs wanneer hun rechten wettelijk vastgelegd zijn, kennen de vrouwen die dikwijls niet. De landbouw, die de bron is van alle menselijk voedsel, is een onmisbare sector voor de economie, maar wordt meer en meer geplunderd door het kapitalisme, waardoor de overleving en de gezondheid van bevolkingsgroepen in het gedrang komen. De gezondheidszorg is een gebied dat vrouwen nauw aan het hart ligt. De terugbetaling van de schuldenlast en de structurele aanpassingsprogramma's leiden tot besnoeiingen in de gezondheidsbudgetten en een tendens tot privatisering. Dit leidde tot het heropleven van ziekten die nagenoeg uitgeroeid waren (bv. tuberculose en malaria) en in bepaalde landen ook tot een grotere moeder- en kindersterfte. 2.3. Dringende wereldwijde maatregelen in de strijd tegen armoede van vrouwenOm de armoede uit te roeien, moeten we ons niet tot schoonheidsingrepen beperken, maar moeten we de armoede bij de wortel aanpakken. Onder de oorzaken vinden we de enorme schuldenlast van de Derde Wereld en de structurele aanpassingsprogramma's die hen worden opgelegd, het monetaire circuit en de financiële speculaties hieraan gekoppeld, de onrechtvaardige wereldhandel, enzOm de armoede doeltreffend te bestrijden, zijn economische en sociale maatregelen onontbeerlijk en is het van het allerhoogste belang dat ze genomen worden in nauw overleg met de betrokken bevolkingsgroepen, die het best geplaatst zijn om de eigen situatie te beoordelen. Een genderanalyse zal de oorzaken en gevolgen van armoede moeten onderzoeken, want deze zijn niet noodzakelijk dezelfde voor mannen en vrouwen. De eventuele oplossingen moeten ernaar streven de verhoudingen tussen de seksen recht te trekken. Vrouwen moeten een gelijke vertegenwoordiging krijgen in alle besluitvormingsorganen, ook die waar de fondsen toegekend worden, hier en elders. Al te vaak krijgen vrouwen geen stem in de besluitvorming, noch in de schoot van de gemeenschap noch in de nationale en internationale arena's . In een rapport over de armoede stelt het UNDP vast dat de gelijkheid tussen de seksen een essentiële voorwaarde is voor de empowerment (versteviging van de macht) van vrouwen en voor de strijd tegen de armoede. "De armoede wordt gekenmerkt door het ontbreken van participatie bij de besluitvorming en bij het politieke, sociale en culturele leven" . Bovendien stellen we vast dat: " de ongelijkheid der seksen gebruikt wordt om winst te maximaliseren. De ontregeling van de markten treft de arme landen, maar vooral de vrouwen. Armoede en genderverhouding zijn sociale constructies die elkaar versterken" . Tevens willen we de leemte aanklagen die er bestaat tussen de vooropgestelde interventies van de verschillende regeringen en internationale organisaties - in het bijzonder het antidemocratisch functioneren van de Wereld Handels Organisatie (WHO) - en hun werkelijke bereidheid hieraan een einde te maken. In tegenstelling tot hun holle frasen, kunnen we enkel een toename van de armoede vaststellen, vooral van vrouwen en kinderen overal ter wereld. Wij zullen stappen tegen de armoede in de wereld en voor een belasting op de financiële speculatie ten voordele van vrouwenMet een omzet van 80.000 miljard Belgische frank per dag is de geldmarkt momenteel de grootste markt ter wereld. Er circuleren verschillende voorstellen om een belasting op internationale monetaire speculatie te heffen (Tobin, Spahn, encaje, enz). Een belasting van 0.1% zou niet minder dan 600 miljard $ opbrengen. Dergelijke belasting moet er dus dringend komen.Het is immoreel dat de speculatie-operaties - en de gigantische winsten die ermee gepaard gaan - aan elke wetgeving ontsnappen. Als overgang moet er alvast een controlesysteem uitgewerkt worden, want de enorme kapitaalvluchten door speculatie kunnen nationale economieën destabiliseren. Ze kunnen ook internationale economische crisissen uitlokken (cfr. Zuid-Oost-Azië '97-'98) waarvan de slachtoffers gewone burgers zijn en dikwijls in de eerste plaats vrouwen. Wanneer een economische recessie op gang komt, zijn het de vrouwen die het eerst uitgesloten worden van het formele arbeidscircuit en, wanneer de prijzen stijgen, hebben zij meer en meer moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. AI 1 Wij eisen dat de Belgische regering een voortrekkersrol vervult binnen de Europese instellingen en er consequent op aandringt dat financiële speculatie belast wordt. De inkom- sten hiervan moeten worden aangewend voor de sociale ontwikkeling van de armste landen. AI 2Wij eisen dat de Belgische overheid voorstellen formuleert voor het gebruik van de fondsen die op deze manier verkregen worden. Criteria, die rekening houden met de eigenheid van de vrouwelijke armoede, moeten garanderen dat vrouwen toegang hebben tot deze fondsen. · de kwijtschelding van de derdewereldschuld en de afschaffing van de SAPs (structurele aanpassingsprogramma's) Al jaren klagen de NGO's de funeste gevolgen aan van de schuldenberg voor deontwikkelingslanden: de systemen van schuldverlichting gaan niet ver genoeg. Het voorbeeld van Uganda, dat een schuldverlichting gekregen heeft, toont aan dat het in totaal maar om 10% ging. De huidige uitwisselingsakkoorden verhogen de macht van de privé-sector en maken het voor de overheden moeilijker om de eigen economie te dirigeren en het eigen ontwikkelingsprogramma te bepalen. De Wereldbank (WB) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kennen aan de staten wel kredietvernieuwingen toe, maar onder strikte voorwaarden: de structurele aanpassingsprogramma's (SAPs). Deze zijn zeer streng en ze verplichten de staten ertoe de sociale basisinfrastructuur volledig te ontmantelen, waardoor op catastrofale wijze de gezondheids- en onderwijsbudgetten worden gereduceerd. In de eerste plaats worden vrouwen hierdoor getroffen. De SAPs zijn onrechtvaardig omdat ze geen rekening houden met de asymmetrische machtsverhouding tussen de geslachten en met de ondergeschiktheid van vrouwen in de economie en in de samenleving. De SAPs in Zimbabwe hebben desastreuze gevolgen gehad op prioritaire interventie- domeinen: toegang tot voedsel, gezondheid, onderwijs, arbeid en sociale activiteiten. Genoteerde gevolgen: a) wijzigingen in het verbruik van de levensmiddelen; de consumptieprijzen waren op één jaar tijd met 24% gestegen; b) wijzigingen in het onderwijs: de inschrijvingsrechten in de scholen zijn met 40% gestegen in de dichtbevolkte zones en met 200% in de dunbevolkte, wat de families ertoe verplichtte om in de eerste plaats de dochters van de scholen te halen; c) wijzigingen in gezondheid: de materniteitskosten zijn met 257% gestegen; een bevalling kost het dubbele van een gemiddeld maandsalaris; d) wijzigingen in arbeid: vanaf juli 1992 zag men een vermindering van de inkomsten uit activiteiten van vrouwen. De vraag naar de producten die zij voortbrengen is met 2/3 gedaald; e) wijzigingen in vrije tijd en in sociale activiteiten: de vrouwen hebben geen specifieke vrijetijdsbesteding en bijna geen enkele die geld kost. Sommige vrouwen met een hoger inkomen hebben hun kapselbudget teruggeschroefd, wat dan weer gevolgen heeft voor de inkomsten van minder bedeelde vrouwen. Samenvattend: als de situatie te erg wordt, vertrekken de mannen. AI 3 De Wereldvrouwenmars vraagt dat de Belgische regering zich inzet voor de onmiddellijke en totale annulering van de openbare schulden van de ontwikkelingslanden, via de bemiddeling van haar vertegenwoordigers bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank (WB). AI 4 Zij vraagt ook de volledige afschaffing van de structurele aanpassingsprogramma's, voorgeschreven door het IMF en de WB. AI 5 Het geld dat op die manier vrijkomt, mag het land niet verlaten en moet verplicht aangewend worden voor nationale ontwikkelingsfondsen. De participatie van de burgers bij het beheer van deze fondsen moet gegarandeerd worden en de fondsen moeten prioritair aangewend worden voor een duurzame sociale ontwikkeling. Ze dienen bovenop de gewone fondsen voor ontwikkelingssamenwerking te komen. De vrouwen moeten gelijk vertegenwoordigd zijn in alle raden betrokken bij het transparante beheer en de controle over deze ontwikkelingsfondsen. AI 6 Wij eisen ook dat de regering de parameter gender in de analyse van de internationale handel integreert en dat de macro-economische effecten ervan op de tewerkstelling, de inkomsten en de consumptie van vrouwen en mannen bestudeerd worden, evenals de niet-economische effecten op cultuur en sociale relaties. · de erkenning van de voedselsoevereiniteit en de bijdrage van vrouwen in de voedselproductie. De voedselsoevereiniteit is het meesterschap waarover een bevolking beschikt om de voorwaarden voor voedselveiligheid te garanderen. De voedselveiligheid bestaat in het vermogen om duurzaam te kunnen beschikken, via productie of verwerving, over voldoende voedsel, zowel kwalitatief als kwantitatief, zonder de andere elementaire noden in gevaar te brengen.Vrouwen hebben overal ter wereld het grootste aandeel in de voedselproductie. We constateren echter dat hun voedingssituatie inferieur is aan die van mannen en dat hun toegang tot de grond beperkt is. "In Bolivië blijft het probleem van toegang tot gronden reëel voor de kleine Boliviaanse boer. Ondanks verschillende agrarische hervormingen, is het probleem nog altijd niet opgelost. (…) Als een vrouw huwt, verliest ze haar toegang tot de grond. Het zijn nog altijd de mannen die verantwoordelijk zijn voor de toekenning van gronden, gezien in die regio de vrouwen niet toegelaten zijn tot de functie van gemeentelijk functionaris. Wat het belang bevestigt van zich te interesseren voor de rol en de plaats van vrouwen in de schoot van de bestaande instellingen in de gemeenschap (gemeentelijk beheersorgaan, landbouworganisaties en andere). Als vrouwen toch de kans krijgen om aan de gemeenteraad deel te nemen, dan is dat meestal zonder het woord te nemen, achter in de zaal, omringd door jonge kinderen. Ze zijn weinig geïnformeerd over het beheer en de kwaliteit van de bronnen, zoals de vruchtbaarheid en de ligging van de toegekende gronden, de organisatie van waterrondes enz. Dit is één van de redenen waarom alleenstaande vrouwelijke gezinshoofden zich in een ergere armoedesituatie bevinden. (…) De wijze van waterverdeling (in de vorm van een waterronde) wordt communautair beheerd en de regels worden gemaakt in de schoot van de gemeenteraad…. Die onderhandelingen gebeuren onder mannen" . De Wereldvrouwenmars eist dat de Belgische regering: AI 7 in de schoot van internationale fora, de productie en de verdeling van voedsel garandeert om de voedselsoevereiniteit van de bevolking te verzekeren;AI 8 het fundamentele belang erkent van de rol van vrouwen in de productie en de verdeling van het voedsel. Dit voedsel moet gezond (verbod van genetisch gemodificeerde organismen - GGO) en voor de zwakste inkomens toegankelijk zijn; AI 9 de landbouw ondersteunt als bron van werkgelegenheid en voedsel; AI 10 het statuut van landbouwersvrouwen erkent, zowel in de landen van het Noorden als van het Zuiden; AI 11 haar invloed gebruikt om op internationaal niveau voorwaarden te verzekeren waardoor vrouwen gelijke toegang hebben tot de gronden (erfgoed), tot water en energie, en tot kredieten, meer bepaald door politieke rechten en informatie te garanderen. De deelname op gemeentelijk niveau is essentieel. Zonder die participatie zijn de vrouwen uitgesloten van de beslissingen qua toekenning van de eigendommen; De octrooiprojecten bij leven, meer bepaald in de landbouw, riskeren buitensporige macht te bezorgen aan de multinationale ondernemingen die door niemand verkozen werden, macht die onder andere de democratie zelf bedreigt. AI 12 dat de Belgische regering weigert patenten bij leven toe te staan aan multinationale ondernemingen. EISEN TEGEN GEWELDPLEGING OP VROUWEN IN HET KADER VAN DE BELGISCHE WETGEVING Armoede en geweld zijn twee verschijnselen die samengaan. Armoede mag zeker niet als een geïsoleerd verschijnsel beschouwd worden dat te wijten is aan de onvoorzichtigheid of de rampspoed van ouders, maar als het resultaat van de geweldpleging van het economische systeem dat meer oog heeft voor de opeenstapeling van winsten dan voor de herverdeling van de rijkdom. Geweldpleging spruit ook voort uit ongelijkheid, die ertoe leidt dat de macht in de handen van enkelen geconcentreerd is, wat hun een bevoorrechte toegang verleent tot alle beslissingen. Wij zullen stappen tegen geweldplegingen op vrouwen voor...· de erkenning van het probleem als een politieke prioriteit Overal ter wereld zijn vrouwen en meisjes, omdat ze tot het vrouwelijke geslacht behoren, het slachtoffer van geweldpleging in huiselijke kring en binnen de gemeenschap, ongeacht hun inkomsten, sociale klasse en cultuur.Het geweld ten opzichte van vrouwen is het resultaat van een historische machtsverhouding die uiteindelijk heeft geleid tot de heerschappij van de man over de vrouw. Het komt voort uit culturele gedragingen die het minderwaardige statuut van de vrouw in alle gemeenschappen levendig houden. De agressie jegens vrouwen uit zich als psychisch, fysiek en/of seksueel geweld op minderjarigen of volwassen: a) in de familiekring of tussen partners, waarbij de dader in hetzelfde huis als de slachtoffers woont of woonde, met inbegrip van geweld binnen het huwelijk, seksueel misbruik van kinderen, verkrachting binnen het huwelijk, mishandelingen, genitale verminkingen en elke andere traditionele praktijk die nadelig is voor de vrouw; b) in de gemeenschap, met inbegrip van verkrachtingen, seksuele mishandelingen, ongewenste intimiteiten en intimidaties op het werk, souteneurschap en gedwongen prostitutie, homo- en lesbofobie; c) gepleegd of getolereerd door de staat, met inbegrip van cultureel en economisch geweld, en geweld specifiek gepleegd tegen vrouwen ten tijde van oorlog. "In de meeste gevallen wordt mishandeling van vrouwen en meisjes door mannen gepleegd. Geweldpleging door vrouwen komt heel zeker ook voor en dit probleem moet worden behandeld, maar die enkele gevallen mogen de aandacht niet afleiden van het kernprobleem, namelijk dat de daders van geweldpleging tegen vrouwen en meisjes voornamelijk mannen zijn en dat dit in de meeste maatschappijen voorkomt" . Om de uitdaging aan te gaan van de uitroeiing van alle geweldplegingen op vrouwen in familiekring, in de gemeenschap en in elk land, is het noodzakelijk en mogelijk om een globale, multidisciplinaire benadering op punt te stellen die door de overheid gesteund wordt. G 1 De overheid moet dus officieel erkennen dat: - geweldpleging op vrouwen een veelvormig probleem is dat geworteld zit in het minderwaardige statuut van de vrouw in de maatschappij; - het een omvangrijk probleem is; - dit geweld sociaal onaanvaardbaar is en dus door de staat niet kan worden getolereerd. G 2 Bovendien eisen wij van de overheid dat er een structureel en continu beleid gevoerd wordt dat de uitroeiing van geweldplegingen en vrouwenemancipatie prioritair stelt. Tegenwoordig zijn alle acties tegen geweldplegingen op vrouwen afhankelijk van de interesse van individuen (zowel privé als openbaar). Bovendien wordt er geen enkel verband gelegd tussen geweld op vrouwen en hun positie in de maatschappij. Om dit doel te bereiken moet de overheid: G 3 Een nationaal actieplan opstellen waarin maatregelen tegen geweld op vrouwen opgesteld worden in permanente samenwerking met alle vrouwenbewegingen en alle betrokken actoren uit het werkveld, verenigd in een gemeenschappelijk overlegplatform; G 4 In de jaarlijkse begroting specifieke middelen ter beschikking stellen die de concrete uitvoering van dit actieplan mogelijk maken; G 5 Het gelijkekansenbeleid structureel en continu ondersteunen door o.a. systematisch Emancipatie Effect Rapportages uit te voeren. · de organisatie van preventiecampagnes en garantie van hulpverlening aan slachtoffers Het gelijkheidsprincipe, het partnerschap tussen mannen en vrouwen en het respect voor de menselijke waardigheid moeten overheersen in alle aspecten van het leven en de maatschappij. Dit alles vereist een grondige mentaliteitsverandering. Dit kan via opvoeding, maar eveneens door openbare info- en sensibiliseringscampagnes die hun doeltreffendheid al hebben bewezen, maar regelmatig moeten worden herhaald om een blijvende impact te hebben. Het is eveneens noodzakelijk de slachtoffers van geweld te informeren over hun rechten en over de hulpverlening, evenals de diverse tussenpersonen (politiediensten, sociale assistenten, artsen, advocaten, magistraten, ambtenaren, leerkrachten...) te sensibiliseren en te trainen.De overheid moet: G 6Infocampagnes organiseren, gericht op jongeren, jongens en meisjes die: - de oorzaken en gevolgen toelichten van geweldplegingen op vrouwen; - radicale mentaliteitsveranderingen teweegbrengen met betrekking tot specifieke mannelijke en vrouwelijke stereotypes; - de slachtoffers informeren over hun rechten en de hulp waarop ze recht hebben. G 7 Basisopleiding en bijscholing voor hulpverleners (leerkrachten, artsen, verplegend personeel, therapeuten, sociale assistenten, ordediensten, gerechtelijke diensten) die hulp moeten bieden aan vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld blijven verzekeren en dit vanuit een feministisch perspectief. Wij pleiten er eveneens voor opdat de overheid: G 8 ruimte voorziet voor de problematiek van gelijkheid tussen man en vrouw in de vorming van leerkrachten; G 9 de opvoeding van jongeren m.b.t. gelijkwaardige man-vrouwverhoudingen en geweldloosheid inschrijft in schoolprogramma's (vanaf het basisonderwijs); G 10een strikte reglementering uitwerkt inzake spelen en speelgoed die agressie opwekken; G 11 de implementatie van een vrouwvriendelijke inrichting van de leefomgeving (groenaanleg, parkings...) verzekert. ·een effectief en coherent strafrecht Er bestaan al vele wetten ter bescherming van het slachtoffer en ter bestraffing van de dader. Maar in de praktijk wordt daar te weinig gebruik van gemaakt. De opeising van de rechten van het slachtoffer wordt vaak afgeremd door een gebrek aan bescherming en door te lange en te dure procedures. Het coherent en effectief toepassen van het strafrecht zou aantonen dat de staat geweldpleging op vrouwen veroordeelt en dus strafbaar maakt.De overheid moet bijdragen tot: G 12 de uitwerking van een strafrechtelijk beleid dat leidt tot de veroordeling van de agressors en dat het al te vaak voorkomend klassement zonder gevolg in de parketten vermindert; G 13 de periodieke evaluatie van de wetten betreffende de repressie van geweldplegingen op vrouwen; G 14 de effectieve bescherming van de slachtoffers van geweldplegingen na de agressie en tijdens gerechtelijke procedures; G 15 de ontwikkeling van een nieuwe juridische regelgeving om de strafrechtelijke en burgerrechtelijke procedures te bespoedigen, te vereenvoudigen en de kosten ervan te drukken (bv.: follow-up van een aanklacht, burgerlijke partij in een strafproces aanstellen, sanctionering van de dader, voorlopige scheiding, gezag over de kinderen, echtscheiding, betaling van alimentatie...); G 16 de uitbreiding van het vorderingsrecht naar andere vormen van geweld dan louter fysiek en seksueel geweld; G 17 het opstellen van een vorderingsrecht voor verenigingen die strijden tegen geweldpleging op vrouwen om zich burgerlijke partij te stellen en dit onafhankelijk van het slachtoffer, en de implementatie van dit recht garanderen door een solidariteitsfonds op te richten om de procedures te financieren. ·de ontwikkeling en de instandhouding van hulpverlening Door een gebrek aan financiële middelen bestaan er geen specifieke diensten voor dringende hulp aan vrouwelijke slachtoffers van geweld; de bestaande onthaalcentra worden overstelpt met aanvragen en centra voor de behandeling van agressors zijn praktisch onbestaande. Bovendien moet de deskundigheid van de vrouwenbewegingen die al jarenlang hulpverlening verzorgen en aan preventie doen, erkend worden.Daarom moet de overheid: G 18 specifieke diensten ontwikkelen en implementeren voor het luisteren naar, opvangen van en hulp bieden aan vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld, rekening houdend met de verworven expertise van de vrouwenbewegingen op dat vlak. Deze diensten moeten voorzien zijn van gekwalificeerd personeel met een specifieke vorming rond deze problematiek; G 19 de permanente financiering van de bestaande diensten en onthaalcentra garanderen; G 20 gratis regionale oproepnummers voorzien die onder toezicht staan van plaatselijke vrouwenbewegingen; G 21 gevolgen van geweld voor de gezondheid van de slachtoffers au sérieux nemen en psychologische hulpverlening aan terugbetalingstarieven in de ziekteverzekering opnemen; G 22 specifieke opvangcentra voor de behandeling van agressors voorzien. ·de effectieve toepassing van de principes vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en respect voor vrouwenrechten De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens proclameert de gelijkheids- en non-discriminatiebeginselen, maar blijkt niet toepasselijk op de vrouwen, die nog altijd overal het slachtoffer zijn van geweld op basis van sociale, culturele of religieuze motieven:- discriminatie op grond van geslacht; - discriminatie op basis van seksuele geaardheid; - seksuele mutilaties; - gedwongen huwelijken; - meisjes- en vrouwenhandel voor seksuele exploitatie. Dergelijke praktijken zijn wijdverbreid, ook in België. Daarom moet de overheid: G 23 waken over de naleving en de toepassing van alle internationale verdragen die de fundamentele rechten van de mens waarborgen; G 24 blijvende en bijzondere waakzaamheid tonen voor de toepassing van de Verklaring inzake de Uitbanning van Geweld tegenover Vrouwen (New York, 1994); G 25 in het Belgische asielbeleid rekening houden met de Conventie van Genève en het asiel toekennen aan vrouwen die het slachtoffer zijn van geweld en discriminatie wegens hun vrouwelijke status of seksuele voorkeur; G 26 alle vormen van vrouwen- en meisjeshandel door middel van internationale samenwerking bestrijden en de slachtoffers adequate bijstand verlenen; G 27 een antidiscriminerende wet opstellen voor homoseksuelen (cfr. Verdrag van Amsterdam). G 27 Wij eisen een objectieve evaluatie van de recente regularisatiecampagne van de illegalen, evenals een asielbeleid dat de rechten van de mens en de noodzakelijke solidariteit tussen de volkeren respecteert. ·een einde aan geweldplegingen op vrouwen in oorlogstijd Het moedwillig schenden van de mensenrechten van vrouwen in oorlogstijd is vaak onderdeel van militaire strategieën. Zowel regeringen als gewapende oppositiegroepen gebruiken verkrachting en andere vormen van geweld als wapen tot intimidatie, dwang en etnische zuivering.Bij de internationale inmenging in oorlogs- en andere conflicten is bijzondere aandacht nodig voor de gendergebonden gevolgen van oorlog. Daarom moet de overheid: G 29 de geweldplegingen tegenover vrouwen in oorlogstijd erkennen als oorlogsmisdaden en de veroordeling ervan op internationaal niveau postuleren; G 30 gemengd samengestelde vredesmissies uitzenden, met speciaal gekwalificeerde hulpverleners voor de opvang en begeleiding van vrouwelijke slachtoffers van geweldplegingen en verkrachting; opleidingsprogramma's voor militairen ontwikkelen, zodat ook zij aandacht krijgen voor seksuele geweldpleging, de sociale en culturele oorzaken hiervan en de gevolgen voor de slachtoffers. ·wetenschappelijk onderzoek van het fenomeen geweldpleging op vrouwen en voor een effectievere bestrijding ervan Talrijke recent (sinds medio jaren '80) uitgevoerde wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen de problematiek van geweld op vrouwen die sinds de jaren '70 door de vrouwenbeweging wordt aangeklaagd.Een effectief beleid inzake geweldplegingen tegenover vrouwen betekent ook dat de overheid: G 31 de bestaande onderzoeken regelmatig laat updaten; G 32 nieuwe onderzoeken over geweldpleging op vrouwen en de gevolgen ervan laat uitvoeren; G 33 precieze statistieken over de omvang van de problematiek laat opmaken en regelmatig laat actualiseren; G 34 een nationaal onderzoekscentrum creëren, van waaruit nationale en internationale onderzoeksresultaten verspreid worden inhoudelijke input: comitévergaderingen voor de Wereldvrouwenmars België redactie armoede België: Christine Weckx (Vie Féminine) redactie armoede internationaal: Myriam Keustermans en Marnix Vermaercke (NCOS) en Poupette Choque (Le Monde selon les Femmes) redactie geweld: Gerd De Clerck (NVR) en Josiane Corruzi (Femmes Battues de La Louvière) eindredactie: Florence Degavre vertaling: Lies Vandercoilden en Anne Rowie (NVR)
Terug naar beginpagina -
Zend een e-mail |